Theo van den Bosch uit Stompwijk, drijvende kracht achter de jaarlijkse Stompwijkse Paardendagen, heeft een koninklijke onderscheiding gekregen. Tijdens de jongste editie werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Van den Bosch ontving de onderscheiding uit handen van locoburgemeester Bianca Bremer van Leidschendam-Voorburg. Het eerbewijs viel hem te beurt als erkenning voor zijn jarenlange vrijwillige en veelzijdige inspanningen voor de Stompwijkse Paardendagen. “Met zijn inzet voor de Stichting Harddraverij Nooit Gedacht heeft hij niet alleen een geliefde traditie helpen behouden, maar ook vele vrijwilligers en inwoners met elkaar verbonden. Dat doet hij op een bescheiden manier, maar met grote betekenis voor Stompwijk”, zei locoburgemeester Bremer.
Vanaf zijn jeugd betrokken
Van den Bosch zet zich al meer dan vijftig jaar onafgebroken in voor Stompwijk, in het bijzonder voor de genoemde Stichting Harddraverij Nooit Gedacht. Al vanaf zijn jeugd is hij betrokken om in 1984 bestuurslid te worden en in 2010 voorzitter. In die rol is hij organisator, aanspreekpunt en verbindende kracht voor inwoners, deelnemers en de groep vrijwilligers die het evenement mogelijk maakt.
Cultureel erfgoed
Met Van den Bosch als voorzitter is de Stompwijkse Paardendagen een sterk gedragen dorpsfeest dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt. Door zijn toedoen kreeg de Stompwijkse Kortebaan in 2014 een plek op de nationale lijst van immaterieel cultureel erfgoed.
Van den Bosch is eveneens betrokken bij de Omni Sportvereniging Stompwijk ’92 en de Parochiekerk H. Laurentius. Zo maakt hij zich sterk voor het behoud van de monumentale kerk en de bijbehorende gebouwen.
Door: Jack Oosthoek
Bron: Gemeente Leidschendam-Voorburg
Foto: Fotografie Carmen











